De afgelopen maanden viel mij iets op tijdens het kijken naar YouTube.
Steeds vaker kreeg ik video’s voorgeschoteld van jongeren uit China die een inkijkje geven in hun dagelijkse leven. Geen gelikte reisvideo’s of officiële promotievideo’s over China, maar juist opvallend ‘gewone’ content over het dagelijks leven.
Een dag op het werk. Een bezoek aan de supermarkt. Wat iemand verdient. Hoeveel een appartement kost. Een wandeling door de stad. Een maaltijd met vrienden of familie.
Blijkbaar ben ik niet de enige die dat interessant vindt. Juist het alledaagse karakter van deze video’s trekt veel reacties van kijkers uit Europa en de Verenigde Staten. Voor veel westerlingen is het normale dagelijkse leven in China immers veel minder zichtbaar dan bijvoorbeeld het leven in Spanje, Japan of de Verenigde Staten.
Mijn eerste gedachte was vrij eenvoudig.
AI heeft het veel makkelijker gemaakt om video’s te produceren, te vertalen en te ondertitelen. Technische omwegen maken het bovendien mogelijk om internationale platforms te bereiken die in China geblokkeerd zijn. Een Chinese jongere kan daardoor tegenwoordig met veel minder middelen een internationaal publiek bereiken.
Maar naarmate ik meer van deze video’s zag, begon ik me af te vragen of er misschien iets anders onder zit.
Dat vermoeden kreeg voor mij een gezicht toen ik de video Why are so many Chinese vloggers on YouTube now? van Chunchun’s Life in China tegenkwam. Vanuit Shanghai stelt zij vrijwel letterlijk de vraag die bij mij inmiddels ook was ontstaan: waarom duiken er ineens zoveel gewone mensen uit China op YouTube op? Haar antwoord gaat veel verder dan alleen geld verdienen. Ze noemt vier factoren: afnemende baanzekerheid, AI die de spelregels verandert, de sociale druk van Chinese platforms en de ontdekking dat een internationaal publiek juist nieuwsgierig is naar het gewone dagelijkse leven.
Haar persoonlijke ervaring met AI raakte direct aan mijn vermoeden. Bij haar vorige werkgever leerde Chunchun zelf met AI-beeldgeneratie werken. Vervolgens besloot haar werkgever geen menselijke modellen meer in te huren. Tegelijkertijd gebruikt zij diezelfde technologie nu om haar Engels te verbeteren, haar uitspraak te oefenen en zelfstandig content voor een internationaal publiek te maken. YouTube beschrijft ze niet als een snel-rijk-worden-plan, maar als een mogelijke extra vorm van zekerheid.
Bekijk de video van Chunchun’s Life in China
Why are so many Chinese vloggers on YouTube now? — opent op YouTube
Kort daarna zag ik een verwant thema vanuit een andere hoek terug bij Zaza in China. In een video over zijn leven als 36-jarige in Shenzhen beschrijft hij hoe hij een vaste baan in het bedrijfsleven achter zich liet en voor een eigen onderneming koos, ondanks de onzekerheid van het inkomen. Ook traditionele maatstaven van succes – een vaste baan, een huis, een auto, trouwen – behandelt hij niet langer als vanzelfsprekende eindpunten. Hij presenteert dat nadrukkelijk als zijn persoonlijke keuze, niet als blauwdruk voor anderen.
Twee publieke YouTube-kanalen vertegenwoordigen natuurlijk geen generatie. Maar juist daarom vind ik ze interessant als kwalitatieve signalen: twee gewone mensen die vanuit hun eigen leven spanningen verwoorden die later in dit artikel ook in arbeidsmarktdata, onderzoek en bredere online trends terugkomen.
Wat als deze video’s niet alleen iets vertellen over social media, maar ook over een generatie die anders naar werk en zekerheid begint te kijken?
En wat als China ons daarmee een voorproefje geeft van een ontwikkeling die ook in Europa relevant kan worden?
Eerst een belangrijke nuance: mijn YouTube-observatie is geen statistiek
Laat ik beginnen met wat ik niet kan aantonen.
Ik heb geen betrouwbare dataset kunnen vinden waaruit blijkt dat het aantal jonge creators uit het Chinese vasteland op YouTube de afgelopen jaren met een bepaald percentage is gestegen.
Dat zou ik dus ook niet willen beweren.
YouTube is bovendien in mainland China geblokkeerd, Hongkong en Macau hebben een uitzonderingspositie met eigen internetbeleid. Chinese creators bereiken internationale platforms op verschillende manieren. Sommige gebruiken technische omwegen, anderen werken met gespecialiseerde bureaus die Chinese content buiten de Chinese internetomgeving distribueren. Rest of World beschreef in 2023 bijvoorbeeld hoe zulke bureaus duizenden Chinese creators hielpen om publiek op YouTube, Instagram en andere internationale platforms te bereiken.
Mijn observatie, en ook de persoonlijke verhalen van Chunchun en Zaza, zijn dus geen statistisch bewijs. Ze waren voor mij vooral de aanleiding voor een vraag.
Zijn er economische en technologische ontwikkelingen waardoor het voor jonge Chinezen aantrekkelijker wordt om naast een traditionele carrière zelf een publiek en onafhankelijk inkomen op te bouwen?
Daar wordt het onderzoek interessanter.
Een generatie die steeds moeilijker aan het werk komt
De officiële cijfers laten zien dat jonge Chinezen het op de arbeidsmarkt aanzienlijk moeilijker hebben dan oudere werknemers.
In juni 2026 bedroeg de stedelijke werkloosheid onder 16- tot 24-jarigen, exclusief studenten, 14,9 procent. Onder Chinezen tussen 25 en 29 jaar was dit 7,1 procent. Voor de groep van 30 tot 59 jaar slechts 4,0 procent. Reuters baseerde deze cijfers op het Chinese National Bureau of Statistics.
Daar komt ieder jaar een enorme nieuwe groep hoogopgeleide starters bij.
China verwacht in 2026 ongeveer 12,7 miljoen afgestudeerden van hogescholen en universiteiten. Opnieuw een record. De Chinese overheid spreekt zelf van aanhoudende druk op de arbeidsmarkt. Bron: State Council Information Office
Dat betekent niet dat bijna 15 procent van iedere Chinese jongere werkloos thuiszit. De Chinese statistiek kent zijn eigen definitie en studenten worden inmiddels buiten deze werkloosheidsmeting gehouden.
Maar het verschil tussen jonge starters en oudere werknemers is te groot om te negeren.
En achter die cijfers zit nog een ander probleem: opleiding is steeds minder automatisch een garantie voor passend werk.
Reuters beschreef in 2024 dat socioloog Yao Lu van Columbia University schat dat ongeveer een kwart van de Chinese afgestudeerden tussen 23 en 35 jaar werk doet onder het niveau waarvoor zij zijn opgeleid. Tegelijkertijd zijn er tekorten aan onder andere technisch geschoolde werknemers, zorgpersoneel en hooggekwalificeerd digitaal talent.
Het probleem is daarmee niet simpelweg dat China te weinig werk heeft.
Er lijkt ook sprake te zijn van een steeds grotere mismatch tussen de mensen die het onderwijssysteem aflevert en het werk waar de economie behoefte aan heeft.
Harder werken levert niet automatisch meer op
Daar komt een culturele ontwikkeling bij die ik minstens zo interessant vind.
In China wordt al enkele jaren gesproken over neijuan, meestal vertaald als involutie.
Het begrip beschrijft ruwweg een situatie waarin mensen steeds harder met elkaar concurreren, zonder dat de opbrengst van die extra inspanning evenredig toeneemt.
Meer studeren. Meer diploma’s. Meer uren werken. Meer concurrentie.
Maar niet noodzakelijk een betere baan, hoger inkomen of meer zekerheid.
Daartegenover ontstond het begrip tang ping: letterlijk lying flat. Het is geen uniforme beweging en betekent ook niet simpelweg dat een generatie niet meer wil werken. Het kan beter worden gezien als een protestreactie op een systeem waarin voortdurend harder concurreren niet langer vanzelfsprekend tot vooruitgang leidt.
Een kwalitatieve studie onder recent afgestudeerde Chinese jongeren laat precies die spanning zien. De geïnterviewde jongeren zoeken stabiliteit, maar beschrijven tegelijkertijd onzekerheid over hun toekomst en bewegen tussen involutie en lying flat. Deng, English & Li, Emerging Adulthood
Nog opvallender vind ik een verschijnsel dat daar bijna de spiegel van lijkt: de opkomst van zogenaamde pretend-to-work-kantoren. In verschillende Chinese steden betalen werkzoekenden vanaf ongeveer 30 yuan (circa vier euro) per dag voor een bureau, wifi en vooral de structuur van een gewone werkdag. Channel NewsAsia beschreef in 2025 hoe zulke locaties in steden als Hangzhou, Shanghai, Shenzhen en Chengdu opkwamen en duizenden aanvragen kregen.
Het zou te makkelijk zijn om dit alleen af te doen als ‘doen alsof je een baan hebt’. Sommige jongeren willen inderdaad de druk of schaamte richting familie verminderen, maar anderen gebruiken de plek om te solliciteren, examens voor te bereiden, een eigen bedrijf te bouwen of simpelweg weer een dagelijks ritme te krijgen. In Nederland werd het fenomeen onder meer beschreven door De Telegraaf.
Dat maakt het sociologisch bijna nog interessanter. Een deel van deze jongeren trekt zich niet terug uit het ideaal van werk; ze huren letterlijk de structuur ervan omdat werk nog altijd identiteit, status, volwassenheid en sociale aansluiting vertegenwoordigt.
In Europa en de Verenigde Staten zien we een veel minder extreme, maar in mijn ogen verwante reactie op veranderende verwachtingen rond werk: quiet quitting.
De gangbare term betekent niet dat iemand ontslag neemt. Een werknemer blijft in dienst, maar stopt met structureel méér doen dan de functie vraagt. Great Place To Work Nederland verwijst naar de Randstad Workmonitor 2023, waarin 31 procent van 35.000 ondervraagden uit 34 landen zichzelf als quiet quitter omschreef; in Nederland was dat 19 procent. De organisatie signaleert de trend vooral onder millennials en Gen Z.
In de Verenigde Staten kwam Gallup in 2022 tot de conclusie dat ten minste de helft van de beroepsbevolking binnen zijn brede definitie van quiet quitting viel. De verslechtering van betrokkenheid en tevredenheid was volgens Gallup juist onder werknemers jonger dan 35 jaar sterk zichtbaar.
Tang ping, pretend-to-work en quiet quitting zijn nadrukkelijk niet hetzelfde. De economische, culturele en sociale context verschilt daarvoor te veel.
Maar onder al deze reacties ligt wel een vergelijkbare vraag: waarom zou ik steeds méér van mezelf geven als extra inspanning niet langer vanzelfsprekend leidt tot meer zekerheid, erkenning of vooruitgang?
Ik vind dat belangrijk. Sterker nog, het houdt me bezig als vader van een 12-jarige zoon die later ook zijn dromen wil volgen.
Veel discussies over AI en werk gaan over de vraag:
Welke banen verdwijnen door AI?
Misschien is er voor jonge mensen een vraag die nog fundamenteler wordt:
Waarom zou ik volledig vertrouwen op het traditionele carrièrepad als dat pad steeds minder zekerheid biedt?
En precies op dat moment verschijnt generatieve AI
Hier wordt de koppeling met AI-adoptie interessant.
China adopteert generatieve AI in hoog tempo.
Volgens het China Internet Network Information Center gebruikten eind 2025 ongeveer 602 miljoen Chinezen generatieve AI. Dat betekende volgens het officiële rapport een penetratie van 42,8 procent van de bevolking en een stijging van 25,2 procentpunt in één jaar. Bron: Chinese State Council / CNNIC
Dat is veel meer dan alleen het gebruik van een chatbot.
Generatieve AI verlaagt de productiekosten van kenniswerk.
Iemand die vroeger meerdere vaardigheden of mensen nodig had voor het schrijven van teksten, maken van afbeeldingen, vertalen, ondertitelen, programmeren of monteren van content kan een steeds groter deel daarvan zelf uitvoeren.
En daarmee ontstaat een paradox.
AI kan bepaalde traditionele starterswerkzaamheden minder waardevol maken, terwijl dezelfde technologie een individu juist veel productiever en zelfstandiger maakt.
Precies die paradox beschrijft Chunchun vanuit haar eigen ervaring. AI hielp haar werkgever om menselijke modellen te vervangen, terwijl dezelfde technologie haar nu helpt om een taalbarrière te verkleinen en zelfstandig een internationaal publiek te bereiken. Wat op organisatieniveau arbeid kan vervangen, kan op individueel niveau tegelijkertijd nieuwe economische mogelijkheden openen.
Die gedachte raakt aan iets waar ik eerder over schreef in mijn artikel De AI-paradox: technologie kan bestaande waardeketens onder druk zetten en tegelijkertijd nieuwe mogelijkheden creëren voor degene die leert ermee te werken.
De interessante vraag is daarom niet alleen hoeveel banen AI gaat vervangen.
De vraag is ook wie dankzij AI ineens werk kan uitvoeren waarvoor vroeger een organisatie of team nodig was.
Van werkloosheid naar content
Op Chinese social media is al zichtbaar wat er gebeurt als economische onzekerheid en lage productiedrempels samenkomen.
Reuters onderzocht in 2024 een opvallende trend op Xiaohongshu, een van China’s grote socialmediaplatforms.
Hashtags rond termen als unemployed, unemployment diary en laid off waren daar gezamenlijk 2,1 miljard keer bekeken. Jonge Chinezen deelden hun dagelijkse routine, sollicitaties, ontslagervaringen en onzekerheid met anderen.
Een van de door Reuters beschreven vrouwen had van haar eigen werkloosheid zelfs een nieuw inkomen gemaakt. Zij verdiende ongeveer 5.000 yuan per maand met onder andere advertenties op haar vlogs, editing, advies en de verkoop van producten.
Dat voorbeeld bewijst natuurlijk niet dat creator worden de oplossing is voor jeugdwerkloosheid.
Integendeel: voor iedere succesvolle creator zijn er waarschijnlijk duizenden mensen die nauwelijks publiek bereiken.
Maar er gebeurt psychologisch iets interessants.
Werkloosheid wordt zichtbaar.
Alternatieve inkomsten worden zichtbaar.
Freelancen wordt zichtbaar.
Creator worden wordt zichtbaar.
En daardoor worden carrièremogelijkheden voorstelbaar die een vorige generatie eenvoudigweg niet had.
Een negen maanden durende etnografische studie naar Xiaohongshu laat bovendien zien hoe juist alledaagse content van gewone gebruikers onderdeel is geworden van de commerciële creator economy. De onderzoekers beschrijven hoe zogenaamde Key Opinion Consumers economische kansen proberen te creëren met content die bewust spontaan en alledaags oogt. Yi & Xian, 2024
De term Key Opinion Consumer (KOC) verdient daarbij wat extra uitleg. In China wordt hij gebruikt voor gewone consumenten die geen grote beroemdheid of klassieke influencer hoeven te zijn, maar juist invloed opbouwen doordat hun content dichtbij, geloofwaardig en herkenbaar voelt. Waar een Key Opinion Leader (KOL) vooral autoriteit ontleent aan bereik, bekendheid of expertise, komt de kracht van een KOC juist voort uit de ervaring van een gewone gebruiker.
Dat onderscheid vind ik interessant, omdat het precies raakt aan de video’s van Chunchun en Zaza die mij aanvankelijk opvielen. Hun aantrekkingskracht past bij hetzelfde mechanisme: de maker hoeft niet beroemd te zijn. Sterker nog: het feit dat iemand een gewone werknemer, zelfstandige, starter of werkzoekende is, kan juist de aantrekkingskracht vormen. Het gewone leven ís de content.
AI democratiseert productie. Social media democratiseert distributie. Samen veranderen ze wie economische invloed kan opbouwen.
Ook voor organisaties en merken is dat relevant. Invloed hoeft niet uitsluitend meer via een handvol grote influencers of mediapartijen te lopen. Een netwerk van kleinere, geloofwaardige creators kan in sommige markten minstens zo waardevol worden – ook buiten klassieke consumentenmarketing. Daarmee wordt de creator economy niet alleen een B2C-marketingfenomeen, maar mogelijk ook een steeds serieuzer kanaal voor expertise, reputatie en B2B-distributie.
Daarmee kom ik terug bij die video’s die mij oorspronkelijk opvielen.
Misschien kijk ik niet naar een YouTube-trend.
Misschien kijk ik naar een veel bredere verandering in hoe een jonge generatie naar economische zelfstandigheid kijkt.
AI is in dit verhaal tegelijkertijd bedreiging en gereedschap
Dat onderscheid vind ik essentieel.
Het is verleidelijk om een eenvoudige conclusie te trekken:
AI neemt banen over en daarom moeten jongeren iets anders gaan doen.
Zo simpel is het niet.
China kampt ook met tragere economische groei, problemen in de vastgoedsector, geopolitieke onzekerheid, een recordaanbod van afgestudeerden en een mismatch tussen opleidingen en beschikbare banen.
AI is dus zeker niet de enige verklaring voor de moeilijke positie van Chinese jongeren.
Maar AI verandert ondertussen wél beide kanten van de vergelijking.
Aan de ene kant kunnen organisaties met dezelfde hoeveelheid mensen meer produceren. Vooral routinematig cognitief werk kan daardoor veranderen.
Aan de andere kant krijgt één individu toegang tot steeds meer productiemiddelen die vroeger alleen beschikbaar waren voor bedrijven.
AI verandert daarmee niet alleen arbeid. AI verandert de schaal waarop iemand zelfstandig economische waarde kan creëren.
En juist dat aspect van AI-adoptie krijgt naar mijn idee nog te weinig aandacht.
Europa is China niet
Een directe vergelijking met Europa zou te makkelijk zijn.
Europa vergrijst snel en heeft in veel sectoren juist grote personeelstekorten. In zorg, techniek, onderwijs en allerlei praktische beroepen zal de vraag naar mensen waarschijnlijk groot blijven.
Toch zijn er parallellen.
In juni 2026 bedroeg de jeugdwerkloosheid in de Europese Unie 15,5 procent, tegenover een totale werkloosheid van 6,0 procent. De cijfers zijn door verschillende definities niet rechtstreeks met China vergelijkbaar, maar ook in Europa is duidelijk dat jongeren moeilijker toegang hebben tot de arbeidsmarkt dan oudere werknemers. Bron: Eurostat
Tegelijkertijd versnelt AI-adoptie binnen Europese bedrijven.
In 2025 gebruikte 19,95 procent van de Europese ondernemingen met minimaal tien werknemers ten minste één AI-technologie. Een jaar eerder was dat ongeveer 13,5 procent. Bij grote Europese ondernemingen was het gebruik inmiddels opgelopen tot 55,03 procent. Bron: Eurostat
Dat zijn geen marginale experimenten meer.
AI begint onderdeel te worden van normale bedrijfsvoering.
En juist daar ontstaat voor jongeren een risico dat naar mijn idee te weinig wordt besproken.
Misschien verdwijnt niet de baan, maar de eerste trede van de carrièreladder
De International Labour Organization becijferde in zijn Global Employment Trends for Youth 2026 dat 6,1 procent van de banen die momenteel door jongeren tussen 15 en 29 jaar worden uitgevoerd valt in de categorieën die het sterkst aan AI-verandering zijn blootgesteld.
De waarschuwing is inmiddels breder zichtbaar. Reuters vatte op 13 augustus 2026 de nieuwe ILO-cijfers samen: de jeugdwerkloosheid bedroeg in 2025 9,8 procent in Noord-Amerika en ongeveer 15 procent in Europa. Daarbij wees Reuters expliciet op de onzekerheid rond entry-level en middelbaar geschoolde functies zoals administratie, service, verkoop en bepaalde technische rollen.
Daar zit volgens mij een veel fundamentelere vraag dan de bekende discussie over massawerkloosheid.
Stel dat een ervaren marketeer met behulp van AI straks het werk kan uitvoeren waarvoor vroeger ook een junior marketeer en contentmedewerker nodig waren.
De ervaren marketeer hoeft dan niet ontslagen te worden.
De junior vacature hoeft alleen niet meer te worden geopend.
Hetzelfde kan gebeuren bij softwareontwikkeling, vormgeving, administratie, onderzoek, consultancy en communicatie.
Veel werkzaamheden die voor een organisatie relatief eenvoudig te automatiseren zijn, zijn toevallig ook werkzaamheden waarmee jonge professionals ervaring opdoen.
Dat creëert een vreemde paradox.
Bedrijven kunnen efficiënter worden dankzij AI, maar tegelijkertijd de opleidingsstructuur weghalen waarmee hun toekomstige senior medewerkers ontstaan.
Dat is geen reden om AI-adoptie af te remmen.
Het is een reden om AI-adoptie beter te begrijpen.
AI-adoptie gaat daarom niet alleen over efficiency
Wanneer ik organisaties adviseer over AI, vind ik dit een steeds belangrijker onderscheid.
De vraag zou niet alleen moeten zijn:
Welke werkzaamheden kunnen we automatiseren?
Maar ook:
Welke kennis ontstaat momenteel doordat iemand deze werkzaamheden uitvoert?
Een junior die onderzoek doet, een eerste analyse schrijft, een website bouwt of een klantvraag uitwerkt, levert misschien niet dezelfde productiviteit als een ervaren medewerker met AI.
Maar tijdens dat werk ontstaat ervaring.
Als AI die volledige leercurve wegneemt, moet een organisatie opnieuw nadenken over de manier waarop kennis wordt opgebouwd en overgedragen.
Verantwoorde AI-adoptie betekent daarom niet dat we automatiseren wat technisch mogelijk is. Het betekent dat we bewust bepalen waar mens en technologie samen de meeste waarde creëren.
Daar ligt naar mijn idee de volgende volwassenheidsfase van AI.
Niet meer vragen óf we AI gaan gebruiken.
Maar begrijpen wat er binnen een organisatie verandert zodra we het gebruiken.
Een generatie met een portfolio in plaats van één carrière?
Misschien ontstaat daarmee ook een andere relatie tussen jongeren en werk.
Uit OECD-onderzoek blijkt dat 39 procent van de Europeanen tussen 15 en 30 jaar liever zelfstandig zou werken dan in loondienst, terwijl in 2022 slechts ongeveer 7 procent daadwerkelijk zelfstandig werkte.
Tot voor kort waren de barrières om daadwerkelijk iets voor jezelf te beginnen relatief hoog.
Je had kennis, kapitaal, software, marketing, vormgeving en distributie nodig.
AI haalt een deel van die barrières weg.
Zaza laat vanuit een andere invalshoek zien waarom dat relevant kan worden. In zijn verhaal is onzekerheid niet alleen iets wat hem overkomt; hij accepteert bewust een minder voorspelbaar inkomen in ruil voor meer zeggenschap over zijn tijd en keuzes. Dat bewijst niet dat jongeren massaal hetzelfde gaan doen. Het laat wel zien dat het begrip “stabiliteit” zelf kan verschuiven: van één vaste werkgever naar het vermogen om meerdere opties open te houden.
Daarom acht ik het goed mogelijk dat we de komende drie tot vijf jaar niet alleen meer zelfstandigen zien, maar vooral meer mensen die verschillende inkomstenbronnen combineren.
Een baan.
Freelancewerk.
Een webshop.
Een YouTube-kanaal.
Digitale producten.
Consultancy.
Een kleine onderneming.
Niet noodzakelijk omdat iedereen ondernemer wil worden, maar omdat een generatie ontdekt dat economische zekerheid misschien niet langer uit één werkgever hoeft te komen.
Dat is mijn voorspelling, geen bewezen uitkomst.
Maar China laat op dit moment wel zien welke gedragsverandering kan ontstaan wanneer traditionele zekerheid afneemt terwijl digitale zelfstandigheid toegankelijker wordt.
Wat betekent dit voor Nederlandse en Europese organisaties?
Voor mij ligt daar uiteindelijk de praktische relevantie van deze ontwikkeling. Niet dat iedere jongere creator wordt, of dat ieder bedrijf zijn organisatie op Gen Z moet aanpassen. Wel dat werkgevers en ondernemers rekening moeten houden met een generatie voor wie de relatie tussen werk, zekerheid en zelfstandigheid minder vanzelfsprekend kan worden dan voor eerdere generaties.
Ten eerste betekent dat dat AI-adoptie niet alleen een efficiencyvraagstuk kan zijn. Wie juniorwerk automatiseert, moet bewust nadenken over de vraag waar jonge medewerkers straks ervaring opdoen. Anders bestaat het risico dat we vandaag productiviteit winnen, maar tegelijkertijd de leerlijnen weghalen waaruit de experts van morgen ontstaan.
Ten tweede moeten organisaties misschien anders naar loyaliteit kijken. Niet omdat Gen Z per definitie minder betrokken zou zijn, maar omdat het rationeel kan worden om inkomen, vaardigheden en professionele identiteit over meerdere bronnen te spreiden. Een medewerker kan werknemer, freelancer, maker en ondernemer tegelijk zijn. Voor werkgevers wordt de vraag dan niet alleen hoe je mensen vasthoudt, maar vooral hoe je een omgeving creëert waarin mensen zich willen blijven ontwikkelen en waarde toevoegen.
En ten derde verdient de creator economy meer aandacht dan alleen als consumentenmarketing. Wanneer steeds meer kenniswerkers zelfstandig publiek, reputatie en distributie kunnen opbouwen, ontstaat ook voor B2B-organisaties een ander speelveld. Expertise kan via medewerkers, niche-creators en kleine gespecialiseerde communities naar buiten komen zonder dat daar altijd een traditioneel mediakanaal tussen hoeft te zitten.
De vraag voor organisaties is daarom niet alleen welke taken AI kan overnemen, maar ook welke nieuwe vormen van werk, invloed en waardecreatie daardoor mogelijk worden.
Misschien keek ik daarom naar meer dan gewone YouTube-video’s
Daarmee kom ik terug bij mijn oorspronkelijke observatie.
Chunchun en Zaza geven daar uiteindelijk geen definitief antwoord op. Wat zij wel laten zien, is waarom juist gewone persoonlijke verhalen zoveel kunnen blootleggen: achter een simpele vlog over boodschappen, huur of een werkdag kan een veel grotere verandering schuilgaan in hoe mensen naar werk, zekerheid en zelfstandigheid kijken.
Ik weet nog steeds niet of er werkelijk significant meer jonge Chinezen op YouTube actief zijn dan enkele jaren geleden.
En misschien heeft het YouTube-algoritme mij simpelweg ontdekt als iemand die dit soort video’s interessant vindt.
Maar de vraag die daaruit ontstond vind ik inmiddels veel interessanter dan het antwoord op die eerste observatie.
Wat gebeurt er met een generatie wanneer het traditionele verband tussen opleiding, hard werken en zekerheid minder vanzelfsprekend wordt, terwijl technologie tegelijkertijd de middelen geeft om zelfstandig een wereldwijd publiek en inkomen op te bouwen?
China zou ons daarvan een vroeg signaal kunnen geven.
Niet omdat Europa dezelfde economische ontwikkeling zal volgen.
Maar omdat dezelfde technologie hier inmiddels net zo snel onze organisaties binnenkomt.
AI-adoptie gaat daarom uiteindelijk niet alleen over productiviteit.
Het gaat over de manier waarop we werk organiseren, kennis opbouwen en economische waarde verdelen.
En misschien ook over de vraag wat een carrière voor de volgende generatie eigenlijk nog betekent.
Wat betekent dit voor organisaties?
De gevolgen van AI worden niet alleen zichtbaar in technologie, maar ook in werk, kennis en de manier waarop organisaties waarde creëren. Op mijn pagina over AI-adoptie leg ik uit hoe ik die verandering vanuit mensen, processen, kennis en technologie benader.
Bronnen en verdere verdieping
- Reuters, juli 2026 — Chinese werkloosheidscijfers voor 16–24, 25–29 en 30–59 jaar.
- State Council Information Office, juli 2026 — 12,7 miljoen Chinese afgestudeerden in 2026 en arbeidsmarktdruk.
- Reuters, september 2024 — jeugdwerkloosheid, onderbenutting van afgestudeerden, 2,1 miljard views rond unemployment-content en de ‘unemployment influencer’.
- Deng, English & Li, Emerging Adulthood (2025) — kwalitatief onderzoek naar lying flat, involutie en carrièrekeuzes onder jonge Chinese afgestudeerden.
- Channel NewsAsia, september 2025 — reportage over Chinese ‘pretend-to-work’-kantoren, motieven en sociale context.
- De Telegraaf — Nederlandse berichtgeving over Chinese nepwerkplekken voor werkloze jongeren.
- Great Place To Work Nederland — uitleg quiet quitting en cijfers uit de Randstad Workmonitor 2023.
- Gallup — quiet quitting in de Verenigde Staten en de sterkere daling in betrokkenheid onder werknemers jonger dan 35.
- CNNIC / Chinese State Council, februari 2026 — 602 miljoen gebruikers van generatieve AI en 42,8% adoptie eind 2025.
- Chunchun’s Life in China – YouTube – persoonlijke primaire bron over baanonzekerheid, AI als bedreiging én hulpmiddel, sociale druk op Chinese platforms en YouTube als alternatief kanaal.
- Zaza in China – YouTube – persoonlijke primaire bron over het loslaten van een vaste baan in het bedrijfsleven, zelfstandig ondernemerschap en een andere kijk op zekerheid, werk en conventionele succesmaatstaven.
- Rest of World, juni 2023 — Chinese creatorbureaus die content naar YouTube en andere internationale platforms distribueren.
- Yi & Xian, 2024 — etnografische studie naar Xiaohongshu, alledaagse creators en commerciële KOCs.
- Eurostat, juli 2026 — jeugdwerkloosheid van 15,5% in de EU in juni 2026.
- Eurostat, 2025 — AI-gebruik bij EU-ondernemingen: 19,95% gemiddeld en 55,03% bij grote ondernemingen.
- International Labour Organization, augustus 2026 — Global Employment Trends for Youth 2026 en blootstelling van jongerenbanen aan AI.
- Reuters, 13 augustus 2026 — internationale vergelijking van jeugdwerkloosheid en risico’s voor entry-level functies door technologische verandering.
- OECD, Youth in inclusive entrepreneurship — 39% van jonge Europeanen prefereert zelfstandig werk; circa 7% was in 2022 daadwerkelijk zelfstandig.
- Yubb – De AI-paradox — interne verdieping over hoe AI bestaande waardeketens onder druk zet en nieuwe waardecreatie mogelijk maakt.